Blauwtongskink

Net een slang

De blauwtongskink dankt zijn naam aan zijn knal blauwe tong. Deze kleurt erg af tegen zijn rode ogen. Hierdoor ziet het dier er gevaarlijk uit voor vijanden en denken zij ook nog eens dat de blauwtongskink giftig is. Ze hebben een langwerpig lichaam dat veel weg heeft van een slang. Aan hun lichaam zit een lange staart en vrij korte poten.

Het lichaam is bedekt met grote glanzende schubben. De schubben liggen zo op elkaar dat ze naadloos aansluiten en dus voor bescherming zorgen. Daarnaast kan de blauwtongskink daardoor met weinig weerstand over het zand lopen.

Ze hebben een donker lichaam die vooral als schutkleur dient. Daarnaast hebben ze vaak vlekken of strepen op hun lichaam. Ondanks de korte pootjes kan deze skink als het moet een stukje heel hard rennen!

Blauwtongskink

Herkomst

Oorspronkelijk leeft deze skink in Australië. Niet in de echte woestijnen maar op plekken waar nog voldoende schuilmogelijkheden zijn. Daarbij kun je denken aan holen van andere dieren, omgevallen bomen of struiken. De blauwtongskink is namelijk vooral overdag actief en moet dan wel kunnen schuilen als er gevaar dreigt. Ondanks het droge klimaat is de blauwtongskink nog wel enigszins tolerant tegen kou.

Voeding

De blauwtongskink is een omnivoor. Ze eten dus zowel plantaardig voedsel als dierlijk voedsel. Hierbij kun je denken aan insecten maar ook aan bijvoorbeeld slakken. Daarnaast lusten ze ook wel fruit en planten. Deze hebben ze ook het grootste deel van het jaar nodig waardoor het ook niet mogelijk is om in de woestijn te leven. Het belangrijkste is dat de skink afwisselend te eten krijgt.

Blauwtongskink

Gedrag

De blauwtongskink is een reptiel. Dit betekent dus dat hij koudbloedig is wat in houdt dat hij zichzelf niet warm kan houden. Dit heeft als gevolg dat het een dier is die met name overdag actief is. ‘s Nachts zal hij schuilen in holen, rotsspleten en bijvoorbeeld onder stenen. Ontzettend goed in klimmen is deze skink niet en het is dus een echte grondbewoner.

In het wild heeft de blauwtongskink best veel vijanden. Dit zijn met namen de slangen en de varanen maar daarbij horen ook roofvogels en dingo’s.

Voortplanting

De voortplanting begint als de koude periode voorbij is. Aan het begin van de lente dus. De mannetjes gaan dan opzoek naar vrouwtjes om te paren. Als het mannetje een vrouwtje gevonden heeft bijt hij haar in de nek om zich vast te maken. Als het vrouwtje bereid is om te paren zal ze haar staart omhoog doen waardoor het mannetje erbij kan. Wanneer ze niet bereid is zal ze stevig van zich afbijten. Als het mannetje onderweg andere mannetjes tegen komt kan er ook stevig gevochten worden.

Zodra de paring eenmaal heeft plaatsgevonden blijft het mannetje nog een tijdje in de buurt om te voorkomen dat een ander mannetje ook met het vrouwtje paart. Dit doet hij onder andere door zijn geur achter te laten.

De blauwtongskink is ovovivipaar. Dit houdt in dat de jongen in eieren opgroeien maar in de moeder al uitkomen. Ze komen vervolgens als jong ter wereld. De zwangerschap kan bijna 4 maanden duren en is erg zwaar voor het vrouwtje. Het verschilt per vrouwtje hoeveel jongen ze krijgen. Dit ligt onder andere aan het formaat van het vrouwtje. Omdat het zo zwaar is voor het dier zijn ze niet elk jaar bereid om te paren en zullen ze waarschijnlijk om het jaar jongen krijgen.

Nadat de jongen geboren zijn is er geen broedzorg. De jongen gaan hun eigen gang. Als er jongen dood worden geboren eet de moeder deze op. Na ongeveer 3 jaar zijn de jongen volwassen. In het wild worden de skinken ongeveer 10 jaar oud. In gevangenschap echter waar geen vijanden zijn kunnen ze wel 25 jaar worden.

Eentje in het echt zien? Er leeft een schitterend exemplaar in onze spannende griezelgrot.

Blauwtongskink