Laden…

Peruaanse wandelende tak

(Peruphasma schultei)

De Peruaanse wandelende tak komt van nature alleen voor in een zeer klein gebied in Peru, in een tropisch bergbos. Door deze beperkte verspreiding is de soort gevoelig voor veranderingen in het leefgebied. 

Het behoud van dit habitat is daarom belangrijk voor het voortbestaan van de soort. Verlies van leefgebied kan een grote impact hebben op de populatie. 

Om de soort beter te begrijpen en te beschermen, wordt er onderzoek gedaan en wordt de soort ook in gecontroleerde omstandigheden bestudeerd.

Peruaanse Wandelende Tak Almere Jungle
Peruaanse Wandelende Tak Almere Jungle

Uiterlijke kenmerken

De Peruaanse wandelende tak heeft een zwart tot donkerbruin lichaam met lichte, geelachtige ogen. Volwassen dieren ontwikkelen kleine rode vleugels. Deze vleugels zijn niet geschikt om mee te vliegen, maar spelen wel een rol in de verdediging. 

Bij bedreiging spreidt de wandelende tak de vleugels om zich groter te maken en kan een sterk ruikende afweerstof afscheiden om vijanden op afstand te houden. 

Mannetjes zijn over het algemeen kleiner en slanker gebouwd dan vrouwtjes en hebben relatief beter ontwikkelde vleugels. Vrouwtjes zijn groter en robuuster van bouw. 

Gedrag

De Peruaanse wandelende tak is voornamelijk nachtactief en verbergt zich overdag tussen bladeren om roofdieren te vermijden. 

In het wild voedt deze soort zich vooral met bladeren van bepaalde plantensoorten, waaronder soorten uit de peperfamilie. Het dieet is vrij gespecialiseerd, maar kan lokaal variëren afhankelijk van beschikbaar aanbod.

Leefomgeving

De Peruaanse wandelende tak komt van nature alleen voor in een klein bergachtig gebied in het noorden van Peru. Hier leeft de soort in vochtige bergbossen met veel struiken en bomen. 

De dieren verblijven vooral in de vegetatie, waar ze door hun donkere kleur goed opgaan in de omgeving. Deze schuilplaatsen bieden bescherming tegen roofdieren en helpen om uitdroging te voorkomen in het wisselende bergklimaat.

Voortplanting

Tijdens de paring kan het mannetje soms weken op de rug van een vrouwtje zitten. Vrouwtjes leggen in hun leven tot ongeveer 100 eieren. 

Er wordt geen nest gebouwd. De eieren worden los op de grond afgezet en ontwikkelen zich in de bodem. Na ongeveer 3 tot 5 maanden komen de nimfen uit. 

De jonge wandelende takken lijken sterk op volwassen dieren, maar zijn kleiner en nog niet volledig ontwikkeld. Geslachtsonderscheid is pas mogelijk bij volwassen dieren. 

De soort vervelt meerdere keren tijdens de groei, omdat het uitwendige skelet (exoskelet) niet meegroeit. Gemiddeld vindt dit 6 tot 8 keer plaats. Volwassenheid wordt meestal bereikt na ongeveer 6 maanden, afhankelijk van temperatuur en omstandigheden. 

Peruaanse Wandelende Tak Almere Jungle

Leuke en interessante weetjes

Wanneer een Peruaanse wandelende tak zich bedreigd voelt, laat hij zich vaak op de grond vallen en blijft daarna roerloos liggen. Dit gedrag wordt thanatose genoemd en is een vorm van schijndood om roofdieren te misleiden. 

De Engelse naam van de Peruaanse wandelende tak is Black Beauty Stick Insect. Want zeg nou zelf, ze zijn toch prachtig! 

Mannetjes hebben meestal beter ontwikkelde vleugels en kunnen ze actiever gebruiken, terwijl de vleugels van vrouwtjes kleiner zijn en minder functioneel. 

De Peruaanse wandelende tak in Almere Jungle

De Peruaanse wandelende tak is moeilijk te zien, omdat ze zich goed verscholen kunnen houden. Kan jij ze vinden?

Wil je de peruaanse wandelende tak ontmoeten? Koop nu je entree kaartjes online met korting! Aan de kassa geldt het reguliere entree tarief.