De Bengaalse oehoe is een grote uilensoort die vooral voorkomt in India, Nepal en omliggende landen. Net als de Europese oehoe valt deze vogel op door zijn krachtige bouw en indrukwekkende uitstraling. Lange tijd werd hij beschouwd als een ondersoort van de Europese oehoe, maar moderne onderzoeken op basis van geluid en DNA laten zien dat het een aparte soort is.
1,2 – 2 kg
50 – 70 cm
Spanwijdte 150 cm
20 jaar
Knaagdieren, vogels en insecten
Niet bedreigd
India, Nepal en enkele omliggende landen
De Bengaalse oehoe heeft een stevige bouw en wordt 50–70 cm lang, met een spanwijdte tot ongeveer 150 cm. Ze wegen 1,2–2 kg.
Het verenkleed is lichtbruin met donkere vlekken, wat zorgt voor goede camouflage in de omgeving. Boven op de kop zitten opvallende oorpluimen en de ogen zijn feloranje, kenmerkend voor uilen die voornamelijk tijdens de schemering jagen.
De Bengaalse oehoe jaagt vooral tijdens zonsopgang en zonsondergang. Met scherp gehoor en uitstekend zicht bij weinig licht kan hij prooien zoals knaagdieren, vogels en insecten nauwkeurig lokaliseren. Vaak kiest hij een hoge uitkijkpost om de omgeving te observeren voordat hij toeslaat. Uilen kunnen geruisloos vliegen, waardoor prooien ze niet horen aankomen.
Bengaalse oehoes komen voor in rotsachtige gebieden, droge bossen, landbouwgebieden en overgangsgebieden naar menselijke nederzettingen. Vooral akkerlanden zijn aantrekkelijk vanwege de grote aanwezigheid van prooidieren.
Hun leefgebied strekt zich uit over India, Nepal en enkele omliggende landen, voornamelijk in het Himalayagebergte. Ze komen tot hoogtes van ongeveer 2400 meter.
De broedperiode varieert per regio, meestal tussen oktober en mei, met een piek van februari tot april.
Het vrouwtje legt 1–5 eieren op een beschutte plek zoals een grondholte, rotsrichel of rivieroever. Ze broedt de eieren 33–35 dagen uit. Na het uitkomen blijven de jongen nog zo’n 52 dagen in het nest. Daarna vliegen ze uit, maar blijven nog ongeveer 6 maanden afhankelijk van hun ouders voor voedsel.
Vaak kan je aan de oogkleur zien wanneer een uil jaagt:
zwart = nacht, oranje = schemering, geel = overdag.
De oorpluimen zijn geen echte oren; die zitten verborgen onder de veren en bestaan uit kleine gaatjes.
Oehoes behoren tot de grootste uilen ter wereld. De Blakiston-visuil is de grootste met een spanwijdte van 180–200 cm, gevolgd door de Europese oehoe (160–188 cm) en de Bengaalse oehoe (~150 cm).
In Almere Jungle woont een koppel Bengaalse oehoes. Je vindt ze in het Azië gedeelte.
Wil je de Bengaalse oehoe ontmoeten? Koop nu je entree kaartjes online met korting! Aan de kassa geldt het reguliere entree tarief.